Deel 3

Er was eens een héél klein ventje. En hij heette Pim. Op een dag zei de godsdienstleraar van Pim tegen Pim: "Maak een werkstuk over iets religieus!"

Pim vond dit een beetje een vage opdracht, maar begon er toch aan en ging toen op de ELO.

Toen Pim op de ELO ging had hij allemaal hele rare berichtjes. Hij dacht: "Wat heb ik nou aan mijn broek hangen?"

En het bleek trekdrop te zijn...

Dat maakte natuurlijk allemaal vlekken in zijn broek, dus hij stopte zijn broek in de wasmachine. Maar! Toen had hij geen broek. Gelukkig was Nostradamus net in de buurt, en hij gaf Pim zijn strakke groene broek. Five Iron Frenzy zou Five Iron Frenzy niet zijn, als ze niet net op dat moment een liedje zouden zingen: "IIIIIIII! Love my pantalons! They fit me oh so tight!"

Pim dacht: "Ja whatever." Hij was dus met zijn groene strakke broek op de computer in lokaal 215. Hij had iets heel leuks gevonden op internet en dat moest hij even opschrijven. Hij pakte zijn pen uit zijn etui maar die viel toen op de grond! Hij bukte om hem op te pakken maar toen gebeurde het: hij scheurde uit de strakke groene broek van Nostradamus. hij rende snel naar de wc omdat hij niet uitgelachen wilde worden (dat werd hij al omdat hij een groene strakke broek aanhad maar dat doet er niet toe) en op de wc gebeurde er iets héél aparts...

De eland die op de muur getekend was door één of andere grapjas, kwam tot leven!  Pim dacht: "Lijer," en zei: "Lijer."

De eland zei: "Ha die Pim! Zin om een stukje te wandelen?"

Pim zei: "Nou eigenlijk moet ik terug naar de les, maar ja, boeiu," en hij ging met de eland mee.

De eland was niet zomaar een eland, hij was het broertje van Rudolph. En Rudolph was net vandaag jarig en daar moest het broertje van Rudolph natuurlijk wel heen!

Pim mocht mee. Hij ging op de rug van de eland zitten en ze vlogen weg...

Toen ze bij de Noordpool aankwamen zagen ze de kerstman, die Rudolph spontaan een kadootje gaf.

Het was een broek. Rudolph dacht van, jongu, wat moet ik nou met een broek. Maar Pim was dus uit zijn broek gescheurd en ja, ze waren wel op de Noordpool, dus hij had het best koud en hij kon wel een broek gebruiken. Hij vroeg of hij die broek misschien mocht hebben.
"Nee," zei de het broertje van Rudolph, die Rodolph heette. Maar Rudolph dacht van ja ik maak zelf wel uit aan wie ik mijn broeken geef, dus hij maakte aanstalten om de broek aan Pim te geven, maar toen bedacht hij zich.

Deel 2

Er was een héél klein ventje. En die heette Pim. Op een dag fietste Pim met zijn driewieler naar het bos. Daar aangekomen, bleek het een sprookjesbos te zijn. Pim parkeerde zijn driewieler en liep naar een mooie boom, en klom erin. Maar alé, wie zag hij daar? Het was Zacheüs. Na een tijdje had Zacheüs het wel gezien in de boom, en ging weg. En wie zag Pim toen? Meneer de Uil!

Het was héél gezellig, maar na een tijdje zag Pim het toch niet meer zitten en in een staat van wanhoop sprong hij uit de boom. Gelukkig had meneer de Uil dit op tijd door, vloog vliegensvlug op en ving Pim op, net voor hij te pletter sloeg op de grond.

"Jonguu," zei meneer de Uil, "niet doen man!"

Plotseling hoorden ze ganzenvleugels naast zich. Het waren Niels Holgersson en zijn ganzen!

Niels zei: "Is deze van jou?"

En hij hield een paarse driewieler omhoog. Lijer, dacht Pim, heb ik hem niet op slot gezet? En hij zei: "Ja."

Niels Holgersson, meneer de Uil, de ganzen, de driewieler en Pim vlogen verder.

Pim zette een liedje in: "Ga je mee, ga je mee, samen naar de zee!" En plotsklaps stonden ze op het strand. Ze besloten een lekker eindje te gaan zwemmen. Maar! Daar kwam een kade kwal aan, een die beet Pim zomaar in zijn been!

"Auwieee," zei Pim. Gelukkig had meneer de Uil op de Discovery Channel gezien dat er in urine een stofje zit dat de pijn verlicht. "Ja dag," zei Pim, "ik ga niet eh, ja, eh, over m'n eigen, ja eh, hallo!"

Wat Niels Holgersson daarna deed, vertellen we niet vanwege de zwakke maag van eventuele lezers.

Deel 1

Er was eens een héél klein ventje. En hij heette Pim. Pim had een heliumballon, en weet je waarom? Hij had net zijn rijbewijs gehaald! Niet voor zijn auto, niet voor zijn boot, niet voor zijn trekker, niet voor zijn vliegtuig, nee, voor zijn driewieler! En weet je welke kleur die ballon had? Groen! En weet je welke kleur zijn driewieler had? Paars!

Pim had dus een paarse driewieler, en een groene heliumballon.

Op een dag dacht Pim: "Hee, ik ga een stukje fietsen op mijn driewieler, en dan bind ik mijn ballon vast aan het stuur."

Het was namelijk een heliumballon zoals ik al zei, dus die ging heel mooi omhoog. Toen hij een stukje had gereden, zag hij twee jongens staan. En wat deden die jongens? Nou, ze knipten zomaar het touwtje van de ballon doormidden met hun schaar die ze constant bij zich hadden! Hierdoor vloog de groene ballon weg.